donderdag 1 augustus 2013

Namaste! (Laurien)


De intentie om een blogbericht te schrijven was al een maand geleden aanwezig, maar de tijd, de elektriciteit, het internet en de inspiratie om te weten over welk deeltje van de dag ik nu precies moest vertellen werkten tegen.Ondertussen ben ik ongeveer 3 dagen terug in Belgïe, dat kleine landje daar ergens tussen France and Germany. Dat moment waarop je blij bent om alle vrienden in België terug te zien en om opnieuw Westers te kunnen eten. Dat zelfde moment waarop je begint te beseffen dat je echt weg bent uit Nepal, het moment waarop het nog steeds raar is om opnieuw Nederlands te moeten praten, het moment waarop je je begint te storen aan onze Westerse levensstijl en vooral het moment waarop de heimwee genadeloos toeslaat.
Mensen vragen mij wat mij het meest gaat bijblijven van mijn reis naar Nepal. Het gevolg is dat ik in een volledige blackout ga, want hoe kan ik nu één moment of één ding uit zo’n maand plots naar boven halen als zijnde “het beste”? Het is zo moeilijk uit te leggen hoe het daar allemaal is, maar ik ga toch mijn uiterste best doen.

Mijn aankomst in Kathmandu was minimaal chaotisch te noemen. Of tenminste, dat dacht ik toch. Achteraf bleek het maar de gewone gang van zaken te zijn. Een kleine taxi – je weet wel, van die auto’s die ze bij ons gewoon bij het oud ijzer plaatsen –, de meest onmogelijk wegen, de hitte, het stof, de heilige koeien, de chaos, de claxonerende auto’s en brommers, de elektriciteitsdraden die als spinnenwebben in een oude schuur waren opgehangen en mijn schrik dat ik mijn valies die bovenop de taxi lag NOOIT nog zou terugzien… dat was mijn eerste indruk van Kathmandu.

Toen we in het ziekenhuis aankwamen, zijn we onmiddellijk naar onze toekomstige natuurlijke habitat gegaan: the office of doctor Shakya. De eerste ontmoeting met Dr. Shakya en met 2 Canadese geneeskundestudenten deed me onmiddellijk helemaal thuis voelen. Niet moeilijk als achteraf bleek dat Dr. Shakya een man uit de duizend is en de 2 Canadese Toronto-guys goede vrienden zouden worden gedurende de reis. De eerste avond was ik behoorlijk onder de indruk, maar het is ergens ook verrassend hoe snel je je kan aanpassen aan een land als Nepal.

Tijdens mijn maand daar ben ik een paar keer Snowlandschool gaan bezoeken, een school met kinderen die uit een afgelegen (arme) regio komen uit Nepal. Ze zijn als kind naar Kathmandu gekomen en leven ook op hun school. De meeste zien hun ouders niet meer tot ze bijna volwassen zijn. We zijn er een paar keer geweest toen de “manager” van de school er was, maar we zijn ook één keer op zaterdag geweest (wat hun zondag is eigenlijk, de vrije dag). Toen kregen we de kans om echt met de kinderen/adolescenten te praten en ik denk dat dit één van mijn meest aangrijpende dagen was. Kleine kindjes die hun kleren staan te wassen met het weinige water, amper 2 toiletten voor 160 kinderen, tienermeisjes die zich in die 2 toiletten moeten proberen douchen… Zoveel kleine dingen die voor hen alledaags zijn, waren voor ons zo confronterend. En toch staan ze daar allemaal met een grote smile op hun gezicht, elke keer opnieuw.

Een ander aangrijpend moment was op een avond toen een 7-jarig meisje overkwam naar ons ziekenhuis. We zaten bij de verpleegsters op spoed tijdens hun nachtdienst toen het doodzieke meisje reeds in septische shock aankwam. Emily en ik hebben haar helpen reanimeren, maar het mocht helaas niet zijn. Mijn eerste reanimatie, mijn eerste mislukte reanimatie. Ik denk niet dat ik die avond snel zal vergeten. Een kind zien sterven, wetende dat het in België misschien nooit zover was gekomen, is altijd aangrijpend. Misschien aangrijpender dan een baby’tje die te vroeg geboren is en waarvan je eigenlijk op voorhand al weet dat het moeilijk zal worden. Al blijft het in Nepal de alledaagse realiteit.

Natuurlijk waren er ook heel wat andere momenten. De vaccinatiedagen waren echt fantastisch om te doen. Lastig om de kleine kindjes gerust te stellen, maar ook grappig als de oudere kinderen half verschrikt en half lachend hun spuitjes ondergaan. Shangri La weeshuis en Langtang children home zijn ook echt twee fantastische weeshuizen met een prima werking en fantastische mensen die er voor de kinderen zorgen.

Ik vrees dat ik hier nog uren kan doorgaan over al mijn fantastische momenten, dus ik denk dat ik die ga houden voor een volgende blog. Misschien binnen een paar dagen of weken, als ik wat meer bekomen ben.

Het voelt raar om terug te zijn in België. Er zijn hier zoveel evidenties, die voor mij helemaal niet evident meer blijken te zijn. Ik sta hier plots als enige versteld van stromend water - dat dan nog eens warm blijkt te zijn, de aanwezigheid van een normaal toilet -waar dan nog eens toiletpapier bij aanwezig is, de continue aanwezigheid van elektriciteit – waar zijn die powercuts plots gebleven?, het gevarieerde eten – sinds wanneer zijn rijst met patatten en kilo’s chillipepers niet goed genoeg meer?, en het water die plots overal drinkbaar blijkt te zijn. Het leven lijkt zoveel gemakkelijker in onze Westerse wereld, want we hoeven ons niet eens af te vragen of we morgen ziek zouden zijn van het eten of niet. Maar gedurende mijn 3 dagen in België heb ik al gemerkt dat we hier zo graag van alles een probleem maken. Het is hier zo gemakkelijk om te zeggen dat iets slecht is en iets goed is dan weer niet goed genoeg. Is het dan werkelijk zo moeilijk om gewoon blij te zijn met wat we hebben in plaats van altijd te willen wat we niet hebben? En gewoon toegeven dat iets ook écht goed is, dat doet deugd en dat maakt de mensen werkelijk gelukkig.

Het blijft moeilijk om te zeggen wat mij het meest zal bijblijven: is het nu het pikante eten, de kindjes van Snowlandschool, het ziekenhuis in zijn geheel, de Canadians of Dr. Shakya? Waarschijnlijk is het nog het meest hun levensvreugde, ‘cause there are always options.






Geen opmerkingen:

Een reactie posten